Je staat na de les op de parking met je gsm in je hand. Tas over je schouder, dertig meter naar de auto, ogen op een scherm. Je komt net uit een les waarin het de hele tijd over opletten ging en over bewust zijn van je omgeving.
Dat is geen verwijt. Het is gewoon wat er gebeurt, bij iedereen.
Wat er verkocht wordt
Kleurcodes. Uitgangen tellen zodra je binnenkomt. Altijd met je rug naar de muur zitten. Nooit twee dagen na elkaar dezelfde route.
Dat klinkt als een vaardigheid. Iets wat je kan aanleren, afvinken en daarna bezitten. Je kan het leren en dan heb je het.
Alleen: mensen die zo beginnen worden zelden alerter. Ze worden gespannen. Ze houden het een week of drie vol en laten het dan vallen, omdat permanent scannen niet vol te houden is naast werk, kinderen en de Delhaize. Wat overblijft is een vaag gevoel dat je het niet goed doet. Dat is het slechtste van twee werelden: je bent niet oplettender geworden en je voelt je er ook nog slecht bij.
Wat situational awareness wel is
Marc MacYoung schrijft in In the Name of Self-Defense:
“A lot of people talk about situational awareness as if it’s some kind of mystic ninja skill. It’s not. It’s basically breaking the habit of going through life on autopilot.”
Vrij vertaald: veel mensen praten over situational awareness alsof het een mystieke ninjaskill is. Dat is het niet. Het is in feite je gewoonte doorbreken om op automatische piloot door het leven te gaan.
Awareness is dus niets wat je bij je dag optelt. Het is iets waar je mee stopt.
Dat is minder spectaculair. Het is ook veel bruikbaarder, want je hoeft er niets nieuws voor te leren. Je hoeft alleen te merken wanneer je gestopt bent met opmerken.
Drie momenten
Je hebt geen systeem nodig. Je hebt drie momenten nodig waarvan je weet dat je er betrouwbaar afhaakt.
De laatste vijftig meter naar de auto. De les is gedaan, het is donker, je stapt naar buiten en je gsm komt boven. Berichten, mails, iets van de kinderen. Wat je daar verliest is niet je veiligheid, het is je informatie. Je weet niet meer wie er nog op die parking staat, of er iets veranderd is sinds je binnenging, of er een auto bijgekomen is. Als er dan iets is, begin je van nul. De aanpassing: die gsm blijft in je zak tot je in de auto zit en de deur dicht is. Vijftig meter. Meer niet.
Het gesprek waarin je niet meer registreert wie er binnenkomt. Je zit ergens met iemand en het gesprek is goed. Je bent er helemaal in. Dat is precies het punt: aandacht is niet gratis, en alles wat naar dat gesprek gaat, gaat niet naar de rest van de zaal. Vijf mensen zijn binnengekomen en je hebt er geen enkele van gezien. De aanpassing: één keer opkijken als er iets verandert. Deur, geluid, beweging. Kijken, verder praten. Je hoeft niets te beoordelen, je moet het alleen gezien hebben.
De vertrouwde route. Je fietst naar huis en je komt aan zonder te weten hoe. Dezelfde weg, elke dag, jaren aan een stuk. Je hoofd was ergens anders en je lichaam heeft het opgelost. Wat je daar verliest is je referentiepunt. Op een route die je duizend keer gedaan hebt zou je afwijkingen het snelst moeten zien, en net daar kijk je het minst. De aanpassing: één keer per rit iets benoemen dat er anders is dan gisteren. Een bestelwagen die er anders nooit staat, werken aan de straat, een deur die openstaat. Meestal is het niets. Dat is ook prima. Het gaat erom dat het opvalt.
Drie observaties, drie kleine aanpassingen. Geen van de drie kost je tijd. Ze kosten je alleen de gewoonte.
Wat er in de training mee gebeurt
Eerlijk: de drie momenten hierboven kan je alleen doen. Daar heb je ons niet voor nodig. In de zaal trainen we vooral techniek en scenario’s. Ontsnappen uit een greep, omgaan met een vuistslag, wat je doet als iemand je vastpakt. Dat is het grootste deel van een les en het gaat niet over opletten.
Maar geen enkele techniek stopt bij de techniek. We leggen elke keer de nadruk op de afwerking, en dat is het punt. Je bent los. En dan? Kijken of er nog iemand staat. Zorgen dat je weg bent. Dat laatste stuk oefenen we bewust mee, want anders eindigt iedereen met de ogen op één persoon terwijl de rest van de zaal niet bestaat.
Dat is dezelfde beweging als op die parking. Je bent bezig met één ding en de rest verdwijnt. Het verschil is dat je in de les honderd keer op dat moment gecorrigeerd wordt, tot je het niet meer vergeet.
Dus… volgende week sta je weer op die parking met je gsm in je hand. Dat is niet erg. Merk het gewoon.
Vraag hier je proefles aan!
De eerste les is gratis. Geen lidmaatschap, geen verplichtingen. Gewoon komen kijken hoe het is.
We trainen op maandag en vrijdag in Brugge. Beginners zijn altijd welkom.


