
Als instructeur zie je het keer op keer. Mensen komen een proefles doen met een zeker zelfvertrouwen, starten de les goed op, en ergens in de oefeningen met een partner die effectief terugvecht, zie je het besef binnenkomen: dit is toch anders dan ik dacht. De kloof tussen het verhaal dat mensen zichzelf vertellen en wat er echt gebeurt onder druk, is bijna altijd groter dan verwacht.
De keyboards warriors en de ‘ik zie rood’-types
Scroll even door de comments onder een video van een straatgevecht op Facebook of YouTube. Je vindt ze altijd: mensen die van achter hun scherm haarfijn uitleggen wat die persoon had moeten doen. ‘Ik zou gewoon…’, ‘Dat is makkelijk op te lossen door…’, ‘Als dat met mij gebeurt, zie ik rood en dan…’
Het is een universeel fenomeen. En het is ook begrijpelijk. Zolang iets niet echt is, zolang er geen druk staat op de situatie, is het makkelijk om te denken dat je weet wat je gaat doen. Het probleem is dat die overtuiging vaak volledig los staat van de werkelijkheid.
De psychologie heeft daar een naam voor: het Dunning-Kruger-effect. Kort samengevat: hoe minder je weet over iets, hoe moeilijker het is om in te schatten hoeveel je niet weet. Wie nog nooit heeft gevochten of gespard, heeft ook geen referentie voor hoe chaotisch, snel en uitputtend een echte confrontatie is. En dus vult het brein die blinde vlek op met zelfvertrouwen dat nergens op gebaseerd is.
Dat geldt trouwens niet alleen voor mannen. Vrouwen hebben vaak een ander soort blinde vlek: niet zozeer ‘ik kan wel vechten’, maar eerder ‘zoiets overkomt mij toch niet’ of ‘ik red me wel met mijn sleutels tussen mijn vingers’. Even gevaarlijk, andere verpakking.
Wat films en series ons geleerd hebben (en wat er niet van klopt)
Een groot deel van ons beeld van geweld komt uit films en series. De held wordt omsingeld door vijf mensen en klopt ze stuk voor stuk neer. De end boss krijgt een uppercut en ligt bewusteloos op de grond voor de rest van de scène. Einde conflict.
Dat is entertainment. Geen realisme.
In werkelijkheid is een confrontatie chaotisch, kort en uitputtend. Twintig seconden echt intensief sparren met iemand die weet wat die doet, en je merkt hoe snel je conditie wegvalt, hoe moeilijk het is om technieken toe te passen onder druk, en hoe weinig ‘woede’ of ‘lef’ doet als de andere persoon gewoon beter getraind is dan jij.
Kracht helpt. Maar het is slechts één stuk van het geheel. Iemand die regelmatig traint, ook als die kleiner of lichter is, gaat een ongetrainde persoon in de meeste gevallen controleren. Dat is geen theorie. Dat zie je in elke les terug.
“Everybody has a plan until they get punched in the mouth.”
— Mike Tyson
Tyson zei het al. En hij wist waar hij het over had. Iedereen heeft een plan. Tot ze echt een klap krijgen. Dan verdwijnt dat plan razendsnel, en wat overblijft is paniek, adrenaline en verwarring. Tenzij je getraind hebt. Tenzij je dat al duizend keer geoefend hebt tot het automatisch gaat.
Je daalt naar het niveau van je training. Je krijgt niet magisch superkrachten.
De Griekse dichter en soldaat Archilochus schreef het zo’n 2.700 jaar geleden al: ‘We don’t rise to the level of our expectations, we fall to the level of our training.’ Die gedachte leeft vandaag nog steeds voort in de Navy SEALs, in topsport, en in elke serieuze vechtdiscipline.
Wat het in de praktijk betekent: onder druk val je terug op wat automatisch geworden is. Niet op wat je gehoopt had te kunnen doen. Niet op de techniek die je ooit in een video zag. Maar op wat je keer op keer, met weerstand, hebt ingeoefend.
Wie niet traint heeft niets om op terug te vallen. Die staat in een confrontatie niet met een plan. Die staat er met een lege doos.
En dat is precies het punt. Het gaat er niet om dat iedereen een vechter moet worden. Het gaat erom dat je een realistisch beeld hebt van wat je kan en wat je niet kan. Dat zelfvertrouwen gebouwd is op iets echts, en niet op een verhaal dat je jezelf vertelt.
Wie traint, wordt bescheidener. Niet groter.
Er is iets opvallends aan mensen die al een tijdje trainen. Ze praten minder groot over zichzelf. Niet omdat ze minder vertrouwen hebben, maar juist omdat ze beter weten wat ‘kunnen vechten’ echt inhoudt. Ze kennen hun eigen zwaktes. Ze weten hoe snel een situatie kan keren.
De mensen die het hardst roepen dat ze zichzelf kunnen verdedigen, zijn bijna nooit de mensen met de meeste training. Dat is geen toeval.
Training vervangt fantasie door perspectief. En dat perspectief is wat het verschil maakt tussen iemand die denkt klaar te zijn, en iemand die het ook effectief is.
Wil je weten waar je echt staat?
Kom een gratis proefles doen bij Fight2Survive.
Geen voorkennis nodig. Geen verplichting. Wel eerlijke feedback.


